Help mee! Maak een account of meld je aan.

WikiKids zoekt een extra moderator! Ben jij er klaar voor? Meld je je dan aan!

Romeinen

Uit Wikikids
Ga naar: navigatie, zoeken
Lucius Cornelius Sulla, beroemde generaal en dictator van Rome. Redde Rome in de Italische oorlogen

De Romeinen zijn een volk dat leefde in Rome en Italië tot het jaar 500. Ze hebben een grote invloed op de geschiedenis van de wereld gehad net als de Oude Grieken. Ze stichtten een gigantisch rijk, het Romeinse Rijk, wat grote delen van Europa bevatte. We kennen nog altijd hun mooie gebouwen en monumenten, hun wijze spreuken en hun Romeinse cijfers.

Ontstaan

Een beeld over de mythe van Romulus en Remus

Het Romeinse rijk is ontstaan toen Rome gesticht werd in 753 v.C. Het verhaal gaat dat Rome gesticht is door Romulus en Remus, een tweeling, met als vader de god Mars (oorlog). Zij stichtten een stad en kregen daarna ruzie over wie de stad mocht besturen, en toen gingen ze erom vechten. Remus werd gedood in het gevecht en Romulus ging de stad Rome besturen.

Een ander verhaal van het ontstaan van Rome is een verhaal over boeren uit Longa Alba die versterkte muren bouwden om hun landen te beschermen, zich met elkaar verenigden en zo de stad Rome vormden. Rome werd toen bestuurd door een volk uit Noord-Italië, de Etrusken. Tot 509 voor Christus was Rome een koninkrijk, na deze tijd werden de Etrusken verdreven en stichtten de Romeinen een republiek.

De republiek van de Romeinen had een sterke en duidelijke regering. Door het goede bestuur breidde het Romeinse Rijk zich langzaam over bijna heel Italië uit. Rome breidde zich uit omdat de bewoners van Rome hun buren niet vertrouwden. De Romeinen vielen hun buren aan voordat zij het zouden doen.

Om een groot en machtig rijk te worden, is een sterk leger nodig. De bekendste legerleider was Julius Caesar. In 60 voor Christus haalde hij de hoogste ambt, hij werd consul en proconsul. Ook kreeg hij een provincie waar hij de baas werd.

De cultuur

De Romeinen leerde veel van de Grieken. Omdat de Romeinen zo geïnspireerd waren door de Griekse kunst, wilde zij hier steeds meer van. De Romeinen gingen hierdoor de Griekse kunst namaken. Ook namen de Romeinen de Griekse architectuur over. Doordat het lastig was op alles precies na te maken, kwam er al gauw een eigen stijl. Zo ontdekten de Romeinen de boogstructuur die veel sterker was dan de Griekse zuilen die dicht bij elkaar moesten staan voor de stevigheid van het gebouw. Door de boogstructuur konden de zuilen verder uit elkaar worden geplaatst. Er werden niet alleen huizen en tempels gebouwd, maar ook aquaducten en er kwamen verharde wegen in het Romeinse Rijk.

De Romeinen vonden gezondheid belangrijk. Zij zagen dat schoon water een belangrijk middel is voor een goede gezondheid. Men bouwde hierdoor dorpen een steden naast schone waterbronnen. Uiteindelijk werden de steden te groot. Dit was een rede om waterleidingen te bouwen. Het water dat uit de bron kwam, werd via grote buizen vervoerd. Wanneer een waterleiding een vallei moest overbruggen, kwam er een aquaduct tot stand. Bijna elk huis was aangesloten op een waterleidingnet. Door de liefde voor schoon water ontstonden er badhuizen. Hier kwam een gemiddelde bewoner van het Romeinse Rijk, bijna vijf keer per week. Dit was omdat er thuis geen bad of douche was, alleen de rijke Romeinen hadden een eigen douche of bad. In de badhuizen konden de mensen samen in warme en koude baden zitten, maar ook samen naar openbare toiletten. Ook was er een plaats in het badhuis waar de mensen zich konden laten masseren. In de badhuizen kon je gezellig samen praten maar ook serieuze afspraken bespreken. Doordat er openbare toiletten waren, ontstond er ook een riolering. De toiletten werden na gebruik schoon gespoeld met schoon stromend water.

Het Colosseum

Een bekend gezegde uit de Romeinse tijd is: "Het volk wilt brood en spelen". Er werden hierdoor sportwedstrijden georganiseerd voor het volk en er werd ervoor gezorgd dat iedereen te eten kreeg. Om het eten te krijgen moest er gewerkt worden. Door dit harde werken ontstonden er prachtige bouwwerken en nieuwe uitvindingen. Zo ontstond het Colosseum waar veel gevechten werden gehouden. Iedere man in het Romeinse Rijk werd opgeroepen om minstens zeven jaar in het leger te dienen. Op deze manier ontstond er een enorm leger dat het Romeinse Rijk nog verder kon gaan uitbreiden.

De gezondheid was erg belangrijk voor de Romeinen. Zij aten dan ook over het algemeen gezond voedsel. Overal waar zij kwamen, namen de Romeinen hun voedsel mee. De Romeinen aten veel graansoorten, groenten en fruit. Wanneer je ziek werd, kon je naar een arts toe. Deze artsen hadden veel geleerd en geërfd van de Grieken.

De Romeinen spraken en schreven in het Latijns. Om dit te leren kregen veel kinderen vanaf ongeveer hun zevende jaar les in de taal. Dit gebeurde veel thuis. Een slaaf gaf de kinderen les tot zij ongeveer twaalf jaar waren. De slaaf was meestal afkomstig vanuit Griekenland. De kinderen kregen les in lezen, rekenen en schrijven in Latijn en Grieks. Na hun twaalfde jaar kregen de kinderen les in lezen, muziek, wiskunde en het houden van toespraken. Ook werd er veel gesport. Hier was een speciale school voor: het Gymnasium. Hier gingen veel jongens heen waar zij sterk en handig werden. Dit was belangrijk voor het leger waar zij later in zouden gaan dienen.

De Romeinen in Nederland

Caesar was een goed legerleider. Door zijn slimme tactieken versloeg Caesar heel Gallië. Hij zette namelijk de volken tegen elkaar op en viel ze aan wanneer ze zwak waren. Door deze tactiek bereikte Caesar rond 58 voor Christus België en Nederland. De veroveringen in Nederland waren lastig. Na zes jaar vechten trok het leger van Caesar zich terug uit Nederland. Toch gaat de opvolger van Julius Caesar het nog eens proberen. De opvolger van Julius Caesar is Keizer Augustus. In 12 voor Christus verovert Keizer Augustus bijna heel het land. De grens van het Romeinse Rijk wordt de Rijn. Dit is een natuurlijke grens. Het zuiden van Nederland behoort nu tot het Romeinse Rijk. Het noorden van Nederland behoort nog tot het gebied Germania. De grens van het Romeinse Rijk wordt ook wel de Limes genoemd. Deze Limes liep van Katwijk aan Zee, langs de Oude Rijn naar Arnhem en zo door naar Duitsland. Omdat in Duitsland ook de Rijn de grens van het Romeinse Rijk was, werd de Rijn ook wel de Nedergermaanse Limes genoemd.

Een fort uit de Romeinse tijd

Om deze natuurlijke grens te bewaken werden er forten (castella) gebouwd. Nederland had er hier ongeveer 18 van. In zo'n Castella pasten wel een cohort (ongeveer 500 man). Ook werden er legerplaatsen (castra) gebouwd. In Nederland was er hier één van. In zo’n castra was plaats voor een heel legioen (= 4800 man). In Nederland lag deze plaats dichtbij Nijmegen. Deze legerplaats heette de: Castra Batavodorum. Langs de grens waren wachttorens waar soldaten dag in, dag uit woonden. De soldaten aten en sliepen in de wachttorens. De torens stonden op gehoorafstand, dit was voor het geval er gevaar dreigde. De forten en wachttorens werden met elkaar verbonden door een kaarsrechte wegen. Zo konden de soldaten zich gemakkelijk verplaatsen over een goede ondergrond. Sommige forten en legerplaatsen groeiden uit tot steden. Buiten de forten ontstonden nederzettingen (canabae) voor gewone burgers. Deze nederzettingen groeiden soms uit tot grote steden. Zo zijn steden als Nijmegen, Maastricht en Heerlen ontstaan.

De Romeinen verdedigden natuurlijk niet alleen, ze vielen ook aan (anders kwam het grote rijk er natuurlijk nooit). Als ze aanvielen hadden de Romeinse officieren een slim plan bedacht. Ze hielden schilden voor, naast en boven zich.

Maar in 476, hoe sterk het Romeinse Rijk ook was, werden ze geplunderd door de Germanen en dit betekende het einde van het Romeinse rijk.

Veranderingen in Nederland

Voordat de Romeinen kwamen, leefde de mensen in Nederland in kleine stammen. De mensen verbouwden voedsel en hielden dieren zoals koeien, schapen en paarden. De mensen leefde in houten huizen met een lemen dak. Toen de Romeinen in Nederland kwamen, ontstonden er nederzettingen (dorp of stad). Hier gingen veel mensen wonen. De kleine stammen en houten huizen verdwenen hierdoor. De Romeinen leerden de Nederlanders hoe zij huizen moesten bouwen van steen en met een dak van dakpannen. Ook leerden de Romeinen de Nederlanders hoe zij vloerverwarming moesten aanleggen. De Nederlanders waren wel onder de indruk van de Romeinen.

Omdat de stammen in Nederland van die tijd op keken tegen de Romeinen, wilde zij ook graag een van hen worden. Dit konden zij worden door dienst te nemen in de hulptroepen. Dit was alleen voor mannen. De mannen namen 25 jaar dienst in de hulptroepen. Na deze 25 jaar kregen de mannen en hun gezinnen het Romeinse burgerrecht. De mannen en hun gezinnen hadden nu dezelfde rechten als een Romein. De mannen in Nederland leefde tijdens hun diensttijd vooral in grensforten om de grens te bewaken.

De Romeinen zorgde in Nederland voor goede wegen. Ook bouwden de Romeinen bruggen door middel van de boogconstructie. In Nederland waren de wegen meestal verharde grindpaden met sloten aan de zijkanten. Langs de wegen stonden palen waarop stond hoelang het duurde tot je bij de dichtst bijzijnde stad was. Ook stond de naam van de keizer die de weg had aangelegd of had vernieuwd, op de palen. Langs de wegen naar de steden werden herbergen gebouwd. Hier konden mensen overnachten en van paard wisselen tijdens zijn reis. Goederen werden vaak over rivieren vervoerd. Zo zouden de goederen minder snel breken en het was een stuk goedkoper dan over het land vervoeren. Hierdoor werden rivieren goed beveiligd. Er kwamen ook havens.

Zuid-Nederland hoorde nu ook bij de provincie Germania Inferior. De hoofdstad van deze provincie was Keulen.

Romeins geld

Ook werd de economie in de landbouw beter. Toen de Romeinen net in Nederland waren, maakten de boeren alleen eten voor zichzelf. De boeren hadden niet genoeg eten om anderen eten te geven. De Romeinen wilde wel anderen eten geven. De Romeinen bouwden een grote boerderij (Villae Rusticae). De meeste grote boerderijen stonden in Brabant en Limburg. De Villae Rusticae werd gebouwd met steen en dakpannen. Ook was er vloerverwarming. In deze grote boerderijen konden veel boeren samenwerken. Door veel samen te werken kwam er veel eten dat de boeren konden gaan verkopen. De boeren verdienden zo geld.

De mensen in Nederland kochten spullen door ze te ruilen. De Romeinen vonden dit niet handig. De Romeinen vonden het geld uit. Het ruilen ging niet helemaal weg. Op het platteland werd nog veel geruild. Spullen verkopen werd gedaan op een markt. Op de markt kon je ook spullen uit andere Romeinse landen kopen zoals wijn.

Romeinse stad

De Romeinen woonden bij elkaar. Zo'n woonplaats lag bijna altijd bij een legerplaats. In een legerplaats leefden ongeveer 4800 mannen tijdens hun diensttijd. Vrouwen en kinderen gingen in een plaats dicht bij een legerplaats wonen. Een legerplaats en woonplaats werden met elkaar verbonden door wegen. Een woonplaats werd het liefst bij een schone waterbron gebouwd. Voor de Romeinen was schoon water erg belangrijk. Er waren altijd een aantal gebouwen en een plein dat centraal in een woonplaats lagen. In het midden van de woonplaats stonden het marktplein, het bestuursgebouw, de rechtbank en een badhuis. Rondom deze gebouwen werden huizen gebouwd waar de mensen in konden gaan wonen.

De Romeinen woonden in huizen gemaakt van steen met een dak van dakpannen. Er was veel verschil in huizen. Zo waren er huizen voor arme mensen maar ook voor rijke mensen. Ieder mens had zo zijn eigen soort huis. Veel mensen woonden in een soort flatgebouw. Een flat noemden de Romeinen een insula (eiland). Een appartement heet een cenaulum. Een insula wordt in een vierkant gebouwd. In het midden is een binnenplaats. Op de begane grond zijn vaak winkels en restaurants. In de insula was geen verwarming of riool.

De rijke Romeinen woonden vaak in een Villa Urbana. In een Villa Urbana was vaak vloerverwarming, een bad of douche, geschilderde muren en een grote tuin.

Buiten de stad woonden sommige mensen in een boerenbedrijf: een Villa Rusticae. Dit is een grote boerderij waar veel grond bij lag.

De Senaat

De senaat was een soort van parlement in Romeinse Rijk. Het waren voornamelijk belangrijke mensen, ze waren de raadgevers van de keizers.

Zij namen de belangrijke beslissingen zoals nieuwe belastingen.

Zonder hen was er geen Romeins Rijk geweest.

Julius Caesar

Julius Caesar(spreek uit 'sesar'); geboren in 100 voor Christus.

Hij was eerst advocaat, toen staatsman, daarna veldheer, maar dat was het allemaal niet. Hij werd schrijver. In 50 voor Christus veroverde hij Frankrijk, toen heette het Gallië. Hij veroverde nog wel meer. Zoals Nederland. Daarna keerde hij terug naar Rome.

Julius Caesar heeft ook de kalender uitgevonden. Hij bedacht dat het jaar 365 dagen kreeg en om de vier jaar was er een schrikkeljaar dat betekent dat er 1 dag meer in het jaar is. Juli is naar Julius Caesar vernoemd. Omdat Julius in Juli was geboren. Het woord Keizer komt van Caesar.

Maar de senaat vond dat Julius te veel macht kreeg en ze maakten een plannetje om hem te doden. In de senaat werd hij vermoord. Brutus, zijn beste vriend die hij beschouwde als zijn eigen zoon, stak de laatste dolk in hem. Zijn laatste woorden waren: "Ook gij, Brutus?"

De toga

De toga werd vaak gebruikt bij speciale gelegenheden zoals salutatio , toespraken plechtigheden, grote feesten en belangrijk bezoek.

Ze dragen hem niet in het dagelijks leven want dat beweegt niet makkelijk. De toga is een grote een grote witte wollen doek in trapeziumvorm. Het is in een hele ingewikkelde vorm omheen geslagen. Jongens tot 16 jaar droegen een toga met een purperen rand. Dat heette een toga praetexsta. Ook senatoren, leden van de senaat, de regering van het Romeinse rijk , droegen de preatexsta toga. Jongens kregen op hun 16de verjaardag een toga virilis, een onversierde kale toga.

Romeinse gladiator
De tunica werd door de paletariërs, winkeliers, bouwvakkers enz. de hele dag gedragen, omdat je, je in dat makkelijk kon bewegen, je hoefde niet op de plooien hoefde te letten en het is een stuk luchtiger. De tunica werd ook onder een toga gedragen.

De tunica was een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Het hemd werd opgebonden met een riem.

Mannen en vrouwen in het Romeinse rijk droegen een tunica. Bij mannen hing de tunica tot op hun knie. Bij vrouwen was dit niet het geval. De tunica die vrouwen droegen werd ook wel stola genoemd. Het was makkelijk te zien tot welke klasse de Romeinen hoorde. Dit kon je zien aan de kleding.

Het aquaduct

Een aquaduct

Het aquaduct was een van de belangrijkste uitvindingen uit het Romeinse Rijk. Het bracht vers water van uit de bergen naar het centrum van de stad.

School

Op de lagere school kregen jongens les; geen meisjes, die moesten hun moeder helpen. De meester waar de jongens les van kregen heet een magister. Je werd in die tijd geen meester want, je verdiende heel weinig geld. In één klas zaten 20 tot 30 kinderen van alle leeftijden door elkaar. De meester moest iedereen dus apart aan het werk zetten. Straffen waren met de roede tikken geven op de blote hand of op je rug maar er mocht wel een trui onder zitten, er waren verder geen straffen die de meester kon geven.

De jongens leerden op de lagere school lezen, rekenen en schrijven. Ze schreven op wasbordjes dat waren houten bordjes met een dun laagje was eroverheen. Er was toen nog geen pen maar ze schreven toen nog met een stylus, dat was een scherpe schrijf stift. Het handige van die wasbordjes was dat je ze steeds opnieuw kon gebruiken als je er een dun laagje was er weer overheen deed en goed uitsmeert kon je hem weer gebruiken.

Dit was niet de enige manier om te schrijven maar er waren ook nog andere manieren zoals:

  • Met inkt op een papyrus
  • En met inkt op perkament

De middelbare school

Op de middelbare school kreeg je les van een grammaticus die gaf les in Latijn en Grieks. Voor Grieks begonnen ze met de Ilias. En de Odyssee van Homerus. Vakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis deden ze ook wel, maar alleen als de teksten uit het literatuuronderwijs daar aanleiding voor gaven. Op deze manier werden de leerlingen bekend in de Griekse wereld, en leerden ze veel over de Romeinse geschiedenis.

Romeinse bodemvondsten

De rijke Romeinen hadden geldmunten. De arme Romeinen ruilden de spullen die ze maakten. De Romeinen waren de eersten die met geld gingen betalen. Er is veel geld terug gevonden.

Er zijn veel spullen bewaard gebleven uit de Romeinse tijd. Je kunt deze spullen bekijken in het Archeon. dat is een superleuk park waar je allemaal leuke dingen kunt doen uit de Romeinse tijd zoals boogschieten, armbandjes maken en zelfs kano varen. heel leuk, leren door te spelen.

De Romeinen

De Romeinen zijn mensen die vroeger in het oude Rome woonden, wat nu Italië is. De tijd van de Romeinen was rond 600 jaar v.Chr. tot ongeveer 200 jaar na Chr.. De Romeinen hadden een groot deel van Europa veroverd. Ook een deel van Nederland hadden ze veroverd! Alles onder de Rijn was van de Romeinen. Dat deden ze door oorlog te voeren met hun soldaten.

Romeinse soldaat

Een Romeinse soldaat had een goeie uitrusting. Hij had precies alles wat hij nodig had. Niks te veel, niks te weinig. Daardoor waren de Romeinen bijna onoverwinnelijk! Ik zal jullie wat vertellen over de Romeinse uitrusting van een soldaat! 1. De helm. De helm was alleen om het hoofd te beschermen! 2. De wapens. Er waren heel veel wapens: 2 lansen (speren), een ijzeren zwaard en dolken. 3. Borstharnas. Het borstharnas was een van de belangrijkste dingen, hij beschermde namelijk het hart! Hij was gemaakt van metalen platen met scharnieren 4. Schouderplaten. De schouderplaten beschermde de schouders. Het was gemaakt van het zelfde materiaal als het borstharnas! 5.Het schild. Het schild woog ongeveer 6 kilo. Het was bijna zo groot als een deur. Een soldaat werd er helemaal door beschermt. Alles bij elkaar en alle andere dingen wogen wel 30 kilo samen. Probeer zo’n iemand maar eens aan te kunnen!

Rome

De bekendste stad die van de Romeinen was Rome. In Rome stond het gebouw: ‘het Colosseum.’ Maar er waren daar ook badhuizen. Het Colosseum was een plaats waar gladiatoren tegen elkaar vochten! Gladiatoren waren mensen die tegen elkaar vochten, met veel moord en doodslag. Eentje had een drietand en een net. De ander had een zwaard en een schild. Het klinkt zo best oneerlijk, maar de zwaardvechter had een nadeel. De helm die de op had was levensgevaarlijk. Door de rand die er om heen zat, kon hij als hij viel zijn nek breken. Er kwamen mensen kijken naar dit schouwspel als vermaak! Dat gebeurde allemaal in het Colosseum. De badhuizen zijn ook erg bekend! Een badhuis was een plek waar de mensen even in bad konden gaan. Een badhuis was in tweeën verdeeld: één helft voor de mannen en de andere helft voor de vrouwen. In het badhuis hadden ze verwarmd water! Door een vuurtje onder het bad te leggen werd het water lekker warm, een soort verwarming dus! Een badhuis was dus erg bijzonder!

Uitvindingen van de Romeinen

Enkele uitvindingen die de Romeinen hebben gedaan: - Verharde wegen - Stenen gebouwen - De boogconstructie - Aquaducten - De schaar - Geld - De unster - De kalender - (vloer)verwarming - Badhuizen - Openbare toiletten - Riool - Waterleidingen - Gewicht systeem - Maat systeem - Nieuwe wapens/uitrusting - Sport - Nieuwe kledij - Bestuur - Forten - Legerplaatsen

Bekende Romeinen

Videolinks

Spelletje

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "http://wikikids.nl/index.php?title=Romeinen&oldid=461730"